Home » Blog » Toptarief 2018, 2019: loonbelasting en inkomstenbelasting

Toptarief 2018, 2019: loonbelasting en inkomstenbelasting


Het toptarief 2018 en 2019 voor de loonbelasting en inkomstenbelasting bedraagt bijna 52% en zou bij de belastingherziening (nieuw belastingstelsel Rutte 3) kunnen dalen naar 49,5% in 2021. Met de juiste aftrekposten kunt u de werkelijk te betalen inkomstenbelasting verlagen, maar de fiscale bijtellingen (huurwaardeforfait, bijtelling auto) en lastenverzwaringen (afschaffen Wet Hillen, hogere energiebelasting) zullen uw lasten ook weer verhogen. De vermogensbelasting kent een toename in het toptarief. Wat schiet u er dus mee op?

Toptarief 2018 en 2019 is bijna 52%

Als we het in Nederland over het toptarief hebben, spreken we in 2018 en 2019 over 52 procent loonbelasting en inkomstenbelasting. Zoals bekend hebben we in ons land een progressief schijvensysteem waarbij men meer belasting betaalt, naarmate men meer verdient. Welnu, u betaalt 52% loonbelasting en inkomstenbelasting bij de volgende bedragen in de vierde schijf in 2017, 2018 en 2019:

Loonbelasting 2017 en inkomstenbelasting 2017, vierde belastingschijf:

recht op AOW

vanaf EUR 67.072

geen recht op AOW (jonger dan 65 jaar en negen maanden)

vanaf EUR 67.072

Loonbelasting 2018 en inkomstenbelasting 2018, vierde belastingschijf:

recht op AOW

vanaf EUR 68.507

geen recht op AOW (jonger dan 66 jaar)

vanaf EUR 68.507

Loonbelasting 2019 en inkomstenbelasting 2019, vierde belastingschijf:

recht op AOW

vanaf EUR 68.507

geen recht op AOW (jonger dan 66 jaar en 4 maanden)

vanaf EUR 68.507

In de tweede belastingschijf hebben we dan het hoogste tarief. Wie minder inkomen heeft, betaalt 40,85% of minder. Als uw inkomen niet meer is dan ongeveer 6.200 (2018), betaalt u in feite zelfs geen belasting door de aftrek van de bestaande heffingskortingen, waarvan de algemene heffingskorting de bekendste heffingskorting is. In 2013 lag de grens nog bij 5.400 euro door het hogere belastingtarief in de eerste schijf van de inkomstenbelasting. Sindsdien zijn de heffingskortingen in de loon- en inkomstenbelasting verhoogd.

Aftrekposten inkomstenbelasting 2018 en 2019

Met aftrekposten kunt u er ook voor zorgen dat u in een lagere belastingschijf terecht komt, zodat ook u minder belasting betaalt dan het toptarief. Dit zult meestal niet merken aan uw loonstrookje doordat de werkgever niet met uw aftrekposten rekening houdt, maar wel bij uw aangifte inkomstenbelasting. Denk dan aan de volgende aftrekposten:

  • De betaalde hypotheekrente;
  • De partneralimentatie;
  • De studiekosten;
  • De ziektekosten;
  • Giften die u doet;
  • Kinderalimentatie via box 3 in 2016, in 2017 en 2018 niet meer.

Minder belasting betalen in 2018 en 2019?

Stel u betaalt nu 52% belasting, omdat u een inkomen hebt van 80.000 euro en u betaalt 10.000 euro aan partneralimentatie, dan kunt u bij uw belastingaangifte inkomstenbelasting dit als aftrekpost opvoeren. U verlaagt daarmee uw belastbaar inkomen naar 70.000 euro. Over die 10.000 euro had u 52% loonbelasting betaald. Door de aftrekpost krijgt u dus 5.200 euro van de Belastingdienst terug.

Meer belasting betalen door bijtellingen of extra inkomen

Maar meer belasting betalen kan ook doordat u een aantal posten als extra inkomen moet bijtellen, zoals:

  • Het eigenwoningforfait als u een eigen huis hebt;
  • Eventuele winst uit een onderneming;
  • Extra inkomsten uit loon, uitkering, lijfrente of pensioen;
  • Ontvangen fooien;
  • Een dertiende maand;
  • Een bonus;
  • Ontvangen alimentatie;
  • Bijtelling auto 2019, leaseauto;
  • Uitkering levensloopregeling;
  • Vermogensbelasting en vermogensrendementsheffing.


Deze bijtellingen kunnen er weer toe leiden dat u meer belasting moet betalen dan door uw werkgever aan loonbelasting is ingehouden. Zo kunt u met uw inkomen verhuizen van 40,85% belasting naar 52%. Een beetje extra inkomen betekent dan het toptarief betalen.

Minder belasting betalen

Er is in 2016 wel iets gebeurd. Zo is er een belastingverlaging voor enkele belastingtarieven toegepast (42% verlagen naar 40,4%), een verlenging van de hoogste belastingschijf met 8000 euro (toptarief blijft wel 52) en een verhoging van de arbeidskorting die alleen werkenden ten goede zal komen. Bovendien werd er gekozen voor een nieuwe belastingheffing in box 3 vanaf 2017. Het toptarief in box 3 is daarmee alleen maar verder omhoog gegaan, van 1,2% naar 1,6%. Wat ook te denken van de inkomensafhankelijk gemaakte algemene heffingskorting. Eigenlijk betaalt u niet 52% maar grosso modo 57% belasting. U ziet dit niet aan de belastingtarieven zelf, maar wel op uw loonstrookje.

Regeerakkoord Rutte 3, toptarief 2019

In het regeerakkoord van Rutte 3 wordt een nieuw toptarief aangekondigd van 49,5%, twee belastingschijven vervallen. Dat zou betekenen dat in 2019 voor wie geen recht heeft op AOW het belastingstelsel er als volgt uit ziet:

Tarieven inkomstenbelasting 2019, belasting en belastingschijven ib en loonheffing, nog geen recht op AOW

hoogte verzamelinkomen

-

EUR 68.000

maar uw inkomen is niet hoger dan

 

EUR 68.000

-

welk belastingtarief

36,5%

49,5%

Conclusie verlaging toptarief inkomstenbelasting

Wie een middeninkomen heeft en werk, niet al te veel aftrekposten heeft, gaat er in het nieuwe belastingstelsel op vooruit. Tegelijkertijd gaan er allerlei heffingen omhoog (hoger tarief voor de lage btw, hogere energiebelasting, minder aftrek eigen woning). Op het oog lijkt een lager toptarief werkelijkheid te gaan worden, maar hoeveel u daarmee financieel vooruit gaat, zal volledig afhankelijk zijn van uw persoonlijke situatie. Lagere belastingtarieven hebben ook hun keerzijde: aftrekposten leveren minder op. Het toptarief op vermogen (box 3) is bovendien gestegen naar 1,6% (was 1,2%).



«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.