Wij zijn momenteel druk bezig met het vernieuwen van onze website. Hierdoor kan het voorkomen dat deze tijdelijk niet bereikbaar is.

Home » Het laatste Coronanieuws » Dit is de techniek achter de vaccins van AstraZeneca en Janssen

Dit is de techniek achter de vaccins van AstraZeneca en Janssen

Gepubliceerd op 30 januari 2021 om 07:35


Dit is de techniek achter de vaccins van AstraZeneca en Janssen | Mediafuze

Vrijdag is het AstraZeneca-vaccin goedgekeurd en publiceerde Janssen de resultaten van diens vaccinonderzoek. Deze twee vaccins zijn zogenaamde vectorvaccins. Ze maken gebruik van een andere techniek dan de eerste twee vaccins die zijn toegelaten tot de Europese Unie, die van Moderna en Pfizer.

Als je een vaccin maakt,wil je het immuunsysteem activeren. AstraZeneca en Janssen doen dit, net zoals Pfizer en Moderna door het lichaam zelf een klein stukje van het coronavirus te laten maken.

Hoe ze het recept voor dit stukje coronavirus afleveren, verschilt alleen. Pfizer en Moderna maken hiervoor gebruik van vetbolletjes en Janssen en AstraZeneca maken hiervoor gebruik van onschuldige verkoudheidsvirussen.

Die verkoudheidsvirussen zijn zo aangepast dat wanneer ze in je lichaam komen, ze zich niet kunnen vermenigvuldigen. Dit betekent dat deze virussen je dus niet ziek kunnen maken.

Hoe werken deze vaccins?

Aan deze verzwakte verkoudheidsvirussen wordt het recept voor een klein onderdeel van het coronavirus toegevoegd. Als het vaccin wordt ingespoten, dringen de verkoudheidsvirussen je cellen binnen. Dit is niet schadelijk; ieder virus dat een mens kan besmetten doet dit.

Het verkoudheidsvirus is zo een soort vervoersmiddel, dat kun je ook een vector noemen, om het recept voor het coronavirus in de cel af te leveren. Met dit recept kan in de cel een klein stukje van het coronavirus worden gemaakt.

Van dit kleine stukje coronavirus kan je onmogelijk COVID-19 krijgen. Het complete kookboek dat nodig zou zijn om een coronavirus mee te maken, zit namelijk niet in het vaccin.

Het kleine stukje coronavirus dat wordt aangemaakt, zorgt er wel voor dat je immuunsysteem getraind wordt. Onderdeel van deze training is de aanmaak van antistoffen. Die antistoffen kunnen ervoor zorgen dat, als je het coronavirus een keer echt tegenkomt, het snel onschadelijk kan worden gemaakt.

Zeldzame verkoudheidsvirussen nodig

Anke Huckriede, hoogleraar Vaccinologie aan het UMCG, legde eerder in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde uit dat een nadeel van vectorvaccins is dat je immuunsysteem ook kan reageren op het (onschuldige) virus in het vaccin. Als je daar afweer tegen hebt opgebouwd, omdat je al eens besmet bent geweest met dit verkoudheidsvirus, kan je immuunsysteem de prik minder effectief maken.

Het is bij dit soort inentingen dus belangrijk dat je geen virus gebruikt waartegen veel mensen al sterke afweer op hebben gebouwd. Om deze reden gebruikt AstraZeneca dus een virus dat alleen bij chimpansees voorkomt en Janssen een verkoudheidsvirus dat minder gangbaar is dan veel andere verkoudheidsvirussen. Bovendien blijkt uit onderzoek dat bij het verkoudheidsvirus dat Janssen gebruikt, de bestaande afweer het vaccin waarschijnlijk gewoon z'n werk laat doen.

Hoe zit het met de bijwerkingen?

We weten dat vectorvaccins, net zoals de mRNA-vaccins van Pfizer en Moderna, tot kortstondige bijwerkingen als een pijnlijke arm, verhoging of vermoeidheid kunnen leiden.

Je krijgt dit soort bijwerkingen, omdat de inentingen je immuunsysteem aanzwengelen. Dit kan ervoor zorgen dat je je even minder goed voelt, maar dit is dus wel een teken dat de prik goed werkt.

Is deze techniek al eerder toegepast?

Vectorvaccins zijn relatief nieuw, maar er zijn al vectorvaccins in de Europese Unie toegelaten. Zo keurde het Europees Medicijnagentschap vorig jaar een vectorvaccin van Janssen tegen ebola goed.




«   »